Iemand dagvaarden — stappenplan
0 van 7 stappen gedaan
Een rechtszaak kost tijd en geld. Stuur eerst een ingebrekestelling: een brief die de schuldenaar een laatste termijn geeft. Lukt het niet, probeer dan bemiddeling met een erkende bemiddelaar (art. 1723/1 e.v. Ger.W.) of vraag de rechter de partijen op te roepen tot een minnelijke schikking (art. 731 Ger.W.). Een akkoord kan net zo uitvoerbaar worden als een vonnis.
Tools voor deze stap
Welke soort rechtbank bevoegd is (materiële bevoegdheid) hangt af van het onderwerp en het bedrag. Het vredegerecht behandelt vorderingen tot € 5.000 (art. 590 Ger.W.) en, wat het bedrag ook is, huur (art. 591). Tussen ondernemingen gaat het naar de ondernemingsrechtbank (art. 573), over arbeid naar de arbeidsrechtbank (art. 578), anders naar de rechtbank van eerste aanleg (art. 568).
Daarna de plaats (territoriale bevoegdheid). In de regel is dat de rechtbank van de woonplaats van de verweerder, of die van de plaats waar de verbintenis ontstond of moet worden uitgevoerd (art. 624 Ger.W.). Voor sommige zaken legt de wet één plaats op. Het vredegerecht werkt per kanton.
Waar je de zaak kunt inleiden
- Bij de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (of van een van hen). (art. 624, 1° Ger.W.)
- Bij de rechtbank van de plaats waar de verbintenis ontstond of moet worden uitgevoerd, bv. waar geleverd of gewerkt werd. (art. 624, 2° Ger.W.)
- Bij de rechtbank van de woonplaats die in het contract gekozen is voor de uitvoering ervan. (art. 624, 3° Ger.W.)
- Tegen een consument kan een onderneming in de regel alleen naar de rechter van diens woonplaats; een andersluidend beding in het contract geldt dan niet. (art. 624, 628 Ger.W.)nagaan
Tools voor deze stap
De taal hangt af van waar de rechtbank zetelt: Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië, Duits in het Duitse taalgebied (Wet van 15 juni 1935). In Brussel: woont de verweerder in het Nederlandse of het Franse taalgebied, dan die taal; anders kies je tussen Nederlands en Frans (art. 4). Een akte in de verkeerde taal is nietig (art. 40).
Vul bij stap 3 een adres in om de taal te zien.
Een zaak begint meestal met een dagvaarding: een akte die een gerechtsdeurwaarder aan de verweerder betekent (art. 700 Ger.W.). Tussen de betekening en de inleidende zitting liggen minstens 8 dagen, de termijn van dagvaarding (art. 707). Waar de wet het toelaat, kan het met een verzoekschrift op tegenspraak dat je bij de griffie neerlegt (art. 1034bis e.v.). Komen beide partijen samen naar de rechter, dan volstaat een vrijwillige verschijning (art. 706).
In dit soort zaak begin je in de regel met een dagvaarding.
Tools voor deze stap
Wie de zaak inleidt, betaalt vooraf de gerechtsdeurwaarder. Het rolrecht wordt sinds 1 februari 2019 in de regel na de eindbeslissing geïnd bij wie in de kosten wordt veroordeeld. Wie verliest, draagt in principe de gerechtskosten (art. 1017 Ger.W.), met de rechtsplegingsvergoeding, een forfait voor de advocaatkosten van de winnaar (art. 1022). Met een laag inkomen heb je mogelijk recht op een gratis of goedkopere advocaat (juridische tweedelijnsbijstand, art. 508/1 e.v.) en op vrijstelling van kosten (rechtsbijstand, art. 664 e.v.).
Tools voor deze stap
Na het vonnis laat de winnaar het meestal betekenen door een gerechtsdeurwaarder. Vanaf die betekening loopt een maand voor hoger beroep (art. 1051 Ger.W.) en voor verzet tegen een vonnis bij verstek (art. 1048). Een vonnis is in de regel uitvoerbaar bij voorraad (art. 1397): betaalt de verliezer niet, dan kan de gerechtsdeurwaarder beslag leggen (art. 1494 e.v.).
Tools voor deze stap
Algemene regels van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.): er zijn uitzonderingen. Wat met "nagaan" gemarkeerd is, controleer je best bij een advocaat, de griffie of een justitiehuis.